Wie ben ik?

WIe ben ik

Wie ben ik?

Zaterdagmorgen. Het vaste ritueel.
Van rustig wakker worden, aankleden en klaarmaken.
En om 13 minuten over 10 (ja echt) het vaste bezoek.

Zelfs onze hond heeft haar interne klok erop ingesteld en staat vaak ongeduldig voor het raam te kijken of hij er alweer aankomt. Die oude man die altijd iets lekkers voor haar meeneemt. De deurbel hebben dan ook niet nodig op zaterdagmorgen…

Verwant

Zo ook deze zaterdagochtend. De deurbel op vier poten laat weer duidelijk van zich horen en zoals altijd wordt ze door haar weldoener beloond met het langverwachte koekje. Heerlijk!

Onze wekelijkse gast is iemand die dichtbij me staat, een bloedverwant. Een persoon wiens normen, waarden en gevoelens lange tijd ook mijn normen en waarden waren. Decennialang zijn mijn gedachten en meningen gevormd door wat hij me vertelde, wat hij me liet zien. En nog voel ik vaak wat hij voelt, begrijp ik wat hij denkt. Denk ik te moeten denken zoals hij.

Het is mijn vader.

Een man op leeftijd, vierentachtig, de leeftijd van ‘de zeer sterken’. De man is milder geworden door de jaren heen, anders. Er is ruimte gekomen voor anders denkenden, ruimte om tegen hem te zeggen dat er ook andere visies zijn dan die van hem.

Maar toch

Diep gewortelde dogma’s horen bij deze man.
Waarheden waar je vroeger als kind niet aan durfde te twijfelen – want het was papa- zijn onderdeel van hem.
Van die ingebakken overtuigingen waar je als tiener en jongvolwassene niet tegenin durfde te gaan -want het was je vader, die er zelf van overtuigd was dat zijn gedachtegang de waarheid was.

Zo is hij.
Zo is hij gevormd.
Dat is zijn houvast in het leven.

En nu, als ‘niet-meer-zo-jong-volwassene’ (kuch), voelt het vaak nog net als toen. Wanneer mijn overtuiging anders is dan die van hem, dan is het verrekte lastig om daar mee om te gaan. Want hoe vertel ik hem dat ik anders denk, dat mijn mening anders gevormd is dan hij zou willen?

Hoe zou ik ooit een andere visie kunnen uitdragen zonder de harmonie te verstoren?

Vrede bewaren

Wanneer er op het werk tijdens een vergadering gevraagd wordt naar mijn standpunt, hoe kan ik dan zeggen dat ik het totaal niet eens ben met de anderen?

Want ik moet de harmonie toch bewaren? Ik mag een ander toch niet voor het hoofd stoten met mijn afwijkende gedachten? En die ander weet het vast beter dan ik. Want zo is het mij geleerd, zo ging het als kind. En als tiener. En als volwassene ook. Je gaat niet in tegen de mening van je vader. En je gaat niet in tegen de mening van je collega’s bij het overleg.

Zo ben ik.
Zo is mijn vader.

Zijn het onze karakters?
Is het mijn autisme?
Is het zijn -niet herkende- autisme?

Volgende stap

Afgelopen donderdag mocht ik weer een volgende stap maken in mijn autisme-coaching traject. Zoals ‘vanouds’ was het weer een goed samenzijn met mijn coach waarbij we verschillende zaken bij de kop pakten. Dingen die autisten in de weg kunnen zitten om in balans te zijn, om rust en vrede te ervaren.

Ze geeft me een stapel kaarten met allerlei mogelijk belemmerende en negatieve gedachten die ik zou kunnen hebben. Ik mag er vijf uitkiezen. Vijf stuks met ideeën die vaste grond gevonden hebben in mijn gedachten en die me tegenhouden om te zijn wie ik wil zijn.

Het raakt me om er zo over te spreken met haar, om zo bezig te zijn met zaken die de basis van mijn ‘zijn’ vormen. Om die dingen te benoemen die mij in de weg staan om te groeien, om zelfstandig te worden.

Kaarten op tafel

Veel kaarten passen bij mij, maar uit de hele stapel komen de volgende bovendrijven als zijnde overtuigingen die mij het meest dwarszitten:

Lees ook:   Dag Sinterklaasje, daag!

-Ik mag mijn mening niet geven
-Ik mag mijn gevoelens niet tonen
-Ik wil anderen geen pijn doen
-Ik mag geen fouten maken
-Ik moet alles onder controle houden

Autisten staan erom bekend dat ze juist weinig bezig zijn met gevoelens van anderen en alles eruit flappen. Bij mij is het omgekeerd; haast constant ben ik bezig om de harmonie te bewaren, om die ander te plezieren. Maar tegelijk moet alles perfect gaan en moeten de zaken onder controle blijven.

Wauw. Geen wonder dat ik vaak futloos en uitgeput ben! Al die ballen in de lucht houden en daarbij jezelf wegcijferen; dat vraagt veel energie. Teveel.

Maar ook: wie ben ik eigenlijk op die manier?

Anders

Ons zaterdagmorgen-praatje gaat ook dit keer over van alles en nog wat, over de dagelijkse dingen die ons bezighouden. Oppervlakkige dingen.

Maar deze keer maakt die oude man een opmerking die mij treft. Een opmerking die ik niet verder zal benoemen, maar het doet wat met me. Het gaat in tegen mijn overtuiging en gevoel. Vroeger, ja toen zou ik schouderophalend en stilzwijgend het gesprek gelaten hebben voor wat het was. Want je gaat niet tegen je vader in.

Vandaag is het anders.
Ineens laat ik dat kleine kind achter me en komt de volwassen Edo naar voren. Onomwonden en met velerlei argumenten spui ik mijn gevoel en overtuiging richting hem, naar die man die alles wist.

Huh? Ben ik dat?

Het was zo’n onomkeerbaar moment. Alsof je op de hoge duikplank staat en met angst en spanning naar beneden kijkt. Ineens neemt iets in je binnenste het roer over. Je laat de veiligheid van de duikplank los om met een noodgang naar het diepe te vallen. De controle is weg en op dat moment besef je: ‘er is geen weg terug!

Het moment wanneer ik mijn argumenten op tafel gooi, voelt alsof ik van de duikplank spring. Een sprong in het diepe, wetend dat die ander mij nu even niet zo leuk vindt. Of misschien zelfs boos wordt. Ik laat de veiligheid en controle van ‘meepraten‘ los en ik val de diepte in…

Nee, het is geen ruzie, het is meer een discussie waarbij het me verbaast dat die oude man zo rustig blijft. Vroeger zou dit niet gekund hebben. Hij zou het niet gekund hebben. En ik ook niet. We zijn beiden gegroeid.

De uren erna blijft het hangen, het tweegesprek waarin ik mijzelf niet wegcijferde. Ben ik te ver gegaan? Heb ik hem teleurgesteld? Had ik me in moeten houden?

Nee, is nu mijn antwoord.

Ik denk aan de kaartjes:
Ik mag mijn mening wél geven.
Ik mag mijn gevoel wél tonen.
En daarmee doe ik niet perse anderen pijn!

Stapje voor stapje

Weer een stapje gemaakt.
Een stapje richting meer rust en balans, om te zijn wie ik wil zijn.

En ja, langzaam maar zeker gaat de balans naar het midden.

Wie ben ik?

Ik ben Edo.
Met mijn eigen karakter, mijn eigen-aardigheden en eigen-onaardigheden.
En met dat stukje autisme.

Het komt goed.
Het is goed.

En mijn vader? Och, die is het vast alweer vergeten…

1+

 

Geen reacties

Leuk wanneer je een reactie geeft!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.