Social distancing

Social distancing

Social distancing

“Houd moed!
“Sterkte!”
“Volhouden!”

Zomaar een greep uit de bemoedigingen welke we momenteel dagelijks te horen krijgen.

Bemoedigingen die naar ons toekomen vanuit de media, of via kaartjes van familie, vrienden of organisaties. Wensen die ons een ‘hart onder de riem‘ steken in deze vreemde tijden.

Omdat we het allemaal zo moeilijk hebben.

Allemaal?

Als je hulpbehoevend in het verzorgingstehuis woont en wanneer de verpleging de enige levende wezens zijn die je op een dag ziet, dan heb je het absoluut moeilijk!

En dan die mensen die keihard werken in de verpleging om mensen gezond te maken en gezond te houden. Wat een respect heb ik voor hen en wat zullen zij aan rust toe zijn!

Daarnaast zijn er velen die toch echt het contact missen met hun vrienden en familie. Die er echt aan toe zijn om weer normaal met elkaar om te kunnen gaan.

Ja, zij hebben deze bemoedigingen en harten onder de riemen nodig. Absoluut en zonder twijfel.

Maar wanneer ik onze minister president hoor zeggen dat we vol moeten houden‘, dan gaan deze goedbedoelde woorden langs mij heen. Want voor mij is er eigenlijk geen kunst aan, dat volhouden.

Ik vind het heerlijk zo…

Week 1 van de social lockdown

Met een vreemd gevoel zitten we als gezin in de huiskamer, vol van alle nieuwe maatregelen die ons opgelegd zijn. Beduusd kijken we via de tv naar de ineens veranderende wereld om ons heen, een wereld die we niet meer herkennen. Alsof we een kat zijn. Maar dan in een vreemd pakhuis.

De hele dag zuigen we zoveel mogelijk nieuws op via dit elektronische venster op de wereld. De tv is onze beste vriend op dit moment. Of op zijn minst de vriend die het meest dichtbij is.

Nu heeft de kijkbuis bij ons een dubbele functie. Want naast het feit dat op dit apparaat beelden vanuit de hele wereld op ons afkomen, zie ik tegelijk beelden van datgene wat er achter mij gebeurt. De kijkbuis fungeert als een spiegel en laat alle bewegingen zien die plaatsvinden in de straat vóór ons huis.

Voor de zoveelste keer deze week volg ik het nieuws op de tv. Maar… tegelijk zie ik op de beeldbuis annex spiegel dat er een auto voor ons huis stopt. O nee toch? Mijn maag krimpt een beetje samen. Het zal toch niet…

In een reflex wend ik mijn gezicht af van de tv naar het tafereel dat zich buiten afspeelt. Eigenlijk wil ik het niet weten of mijn vermoedens uitkomen, maar ook weer wel.

Visite.
Dat is mijn angstige vermoeden.

Gespannen wacht ik af wie er uit het vehikel tevoorschijn komen. Om een paar seconden later weer opgelucht adem te kunnen halen.
Pfeww… het zijn toch gewoon mensen uit de buurt. Geen visite…

Ineens besef ik twee dingen.

Ten eerste dat we helemaal geen visite kunnen verwachten tijdens de social lockdown. Dus ik hoef me nergens druk over te maken. Dat gevoel moet nog even wennen.

Ten tweede besef ik dat mijn angst voor sociale interactie, vooral onverwachts, toch wel erg diepgeworteld zit… Ik zie in dat ik eigenlijk altijd ‘bang’ ben voor die visite, voor die collecte aan de deur, of voor dat telefoontje waarmee iemand plotseling inbreekt in mijn privacy. Eigenlijk ben ik nooit echt ontspannen, want je weet maar nooit wie het weer in zijn hoofd haalt om plotseling op de stoep te staan, of gezellig te bellen…

Maar voor nu ben ik weer gerustgesteld. Sterker nog: de eerstkomende tijd zit ik gebakken. Yes! Want voorlopig is die ‘social distancing’ een feit en daardoor ben ik vrij van social chitchat, vrij van het praten over koetjes en kalfjes. Vrij van van het praten over niks.

Een prettige ontspanning komt over me heen…

Week 7 van de social lockdown

Het is zondag. Die dag waarop we normaal gesproken na de kerkdienst op bezoek gaan, of bezoek krijgen van mijn schoonfamilie. Een goed en vast ritme. Maar langzaamaan zijn we gewend aan het andere ritme, dat van digitale kerkdiensten en daarna koffie met een koekje met alleen ons eigen gezinnetje.

“Ik ga dadelijk even naar mijn vader, wil jij ook mee?” zegt ze na de dienst tegen mij. Hmmm… die past even niet in mijn nieuwe ritme, daar had ik niet op gerekend.

Vanwege de social lockdown heb ik mijn schoonvader de afgelopen zeven weken maar één keer gezien. Ik besef dat hij een bezoekje waarschijnlijk wel zou kunnen waarderen. Maar toch…

Het nieuwe ritme van – niet op visite gaan– heeft al snel wortel geschoten in mijn binnenste. Dus om nu plotseling en zonder waarschuwing die wortels er weer uit te trekken lijkt me niet verstandig.

Met een hoofdschuddend ‘nee’ laat ik mijn reactie zien. Het is mijn primaire reactie als het op sociale activiteiten aankomt. “Nee.” Ik ga dus niet mee.
Vervolgens probeer ik haar gezicht te peilen, om te zien hoe mijn ‘nee’ binnenkomt. Van wat ik eruit opmaak is het prima zo, want ja, we willen ten slotte ook zoveel mogelijk het contact vermijden.

Zo, ik kies voor mijzelf, voor mijn eigen bubbel.

Vragen voor later met zorgen voor nu. Voor ooit.

Nou ja, vandaag hoef ik me er nog niet druk over te maken. Deze middag blijf ik thuis. Deze middag is van mij.

En toch, ja toch knaagt het als ze weg is. Het vreet aan me dat ik niet even op bezoek ga bij mijn schoonvader. Niet even de moeite wil nemen om op die gepaste afstand mijn gezicht te laten zien. Niet even mijzelf opzij zet voor hem. Alsof ik hem niet aardig vind, niet waardevol genoeg om te kijken hoe het met hem is.

Schuldgevoel.

Ineens krijg ik het lumineuze idee om de fiets te pakken en alsnog naar hem toe te gaan. Genietend van de mooie ontluikende natuur om me heen stuur ik mijn stalen ros naar het huis van schoonpapa. Om daar twee verraste gezichten te zien als ik aankom.

Kijk, heb ik me toch maar weer even van mijn goeie kant laten zien.
Dat voelt in ieder geval weer goed vanbinnen, mijn schuldgevoel is daarmee gelukkig verdwenen.

Begrip

O, ik zou willen dat men het snapte. Ja, het thuisfront begrijpt het wel. En schoonpa ook. Maar ook daarbuiten zou ik willen dat iedereen begreep dat ik die ander, wie dan ook, als persoon niet afwijs. Dat ik iedereen als mens waardeer.

Ik zou willen dat men ziet dat ik geen moeite heb met mensen an sich, maar wel moeite heb met het contact met mensen.

Maar je kunt het wel!“, zij mijn dochter laatst nog toen we hierover spraken. Ja, ik kan het wel. Ik weet wel hoe ik mij moet gedragen in gezelschap en hoe ik een gesprek moet onderhouden. Alleen, het kóst mij meestal meer energie dan dat ik er energie van krijg. En dat is iets wat ik echt erg jammer vind. Want het is zo’n belangrijk onderdeel van wie we zijn, als mensen met elkaar. Maar het is wat het is, het is wie ik ben, meer zit er gewoon niet in.

Ja, ik kan het wel.
Maar vooral omdat het zo hoort.

Al na een minuut of tien merk ik dat mijn gedachten afdwalen en dat ik moeite moet doen om bij het gesprek te blijven. Het gesprek dat op dat moment over voor mij weinigzeggende dingen gaat. Ik begin mij serieus af te vragen of ik ooit nog weer volwaardig deelgenoot kan en wil zijn van al die sociale gebeurtenissen.

Flight

In mij begint een gevoel te borrelen dat aangeeft het liefst weer weg te willen. Voor de zoveelste keer komt één van de drie ‘F-en’ naar voren: ‘Fight, Flight or Freeze’. In dit geval is het de F van Flight, oftewel vluchten… Nu is vluchten een te groot woord voor graag weer naar huis willen gaan. Zo dramatisch is het echt niet. Maar in de basis is dat wél wat het is: vluchten, weggaan van datgene waar ik moeite mee heb.

Zoveel als ik kan probeer ik om toch nog een enigszins geanimeerd gesprek te hebben met schoonpaps, met die man die ik absoluut waardeer en blij mee ben.

“Wil je nog iets anders drinken?” vraagt hij als ik mijn glas water leeg heb.
Nee, dank je“, is mijn antwoord. “Ik trap hem zo meteen weer aan“. Ik ben blij dat hij het vraagt want dat is meteen een natuurlijk moment om aan te kunnen geven dat ik er weer vandoor ga.

Daar waar ik ‘vroeger’ wel ruim twee uur op bezoek was, is het ditmaal na 45 minuten al genoeg. En nee, dat ligt niet aan de anderen. Dat ligt aan mij.

Ik voeg de daad bij het woord trap hem aan. De fiets dus.

Opnieuw genietend van de prachtige natuur ga ik weer naar huis. Mijn eigen huis. Daar waar ik ‘veilig’ ben. Daar waar ik mezelf ben. Daar waar ik gewoon in mijn eigen gedachten kan zitten.

Nu of later?

Zou het nog lang duren, deze corona-toestand?
Voor de meesten kan het niet snel genoeg voorbij zijn.

Sterkte!“, zeggen ze dan. En “houd moed!
Veel mensen hebben dat hart onder die riem nu echt nodig en dat begrijp ik volledig.

Maar ik heb het nog niet nodig, dat hart onder de riem. Nu nog niet.

Later, wanneer alles weer normaal wordt, ja dan zal ik het nodig hebben.
Want dan moet ik mijn sociale vaardigheden weer uit de kast halen.

Laat het virus verdwijnen, zo snel mogelijk!

Maar laat dan die social lockdown maar zo blijven… Ik vind het prima zo.

1+

 

Reacties: 2

  1. Edo van de Schootbrugge Jill schreef:

    Dat is er weer eens ‘boenk op’ zoals wij zeggen in Vlaanderen. Zo herkenbaar.
    Bedankt om dit te delen!!

    0

Leuk wanneer je een reactie geeft!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.