Marionet

Over mijn leven met autisme

Marionet

De groep met mensen begeeft zich richting de deur en vervolgens gaat iedereen als een stel schapen de ruimte achter de deur in. Ook ik maak deel uit van die groep en zie zodra ik de deur door gegaan ben dat de ruimte erachter een klaslokaal is. Iedereen zoekt een plekje uit en ik zie gelukkig nog een tafeltje vrij achterin de klas. Het is altijd veiliger om wat onopvallender achterin te zitten.

Het is me eerlijk gezegd nog niet helemaal duidelijk wat we hier ook alweer doen, welke les is dit? Ook de mensen om mij heen komen me niet echt bekend voor, het is allemaal nogal vaag. Het enige wat me duidelijk is dat ik in een klas zit en dat er gestudeerd moet worden. Bah. Maar wat had ik nu voor spullen meegenomen voor deze les? Eeeuuhhh… helemaal niets eigenlijk. Ik heb me duidelijk niet goed voorbereid, in tegenstelling tot wat ik van mezelf gewend ben. Ik voel spanning opkomen en hoop dat het geen probleem wordt dat ik zo slecht beslagen ten ijs kom.

Ik wil op zijn minst een schrift en pen opzoeken uit mijn tas om datgene wat er dan uitgelegd gaat worden op te kunnen schrijven. Dan lijkt het tenminste nog alsof ik iets goed doe. Maar zelfs dat is mij niet gegund want ik vind alleen maar een soort afgescheurd stukje papier, of meer karton eigenlijk. Daar moet ik het mee doen. De spanning wordt groter en begint te neigen naar angst. Ik wil niet, maar ik moet. Het voelt weer alsof ik de controle over mezelf kwijt ben en moet bewegen als een marionet, bestuurd door een ander. Zonder eigen wil. Maar ik wil niet.

Dit is totaal niet zoals ik altijd was! Altijd zorgde ik ervoor dat ik tot in de puntjes voorbereid was, alles geleerd en gemaakt. Ja, tot het uiterste ging ik altijd want het zou mij niet overkomen dat ik iets niet goed gedaan had of vergeten was. Ik moest er niet aan denken dat ik iets aan het toeval over zou laten waarmee ik vervolgens geconfronteerd zou kunnen worden. Nee, alles moest zover mogelijk onder controle zijn. Dan hoefde ik minder bang te zijn voor dat wat er komen zou, want ik wist de antwoorden, ik had alles gemaakt en kon het overzien. Ook al kostte me dat vier tot zes uur studeren per dag, dat was dan zo. Want het moest!

Maar dit keer is het anders.

De docent, die ik ook al niet duidelijk in beeld heb, geeft aan dat we meteen opdrachten moet uitwerken. Hoofdstuk 1 t/m 5 moeten gemaakt worden. Aarghhh, het is weer zover. ik MOET weer zoveel doen, ik moet me daar een partij opdrachten gaan maken, ik word er meteen alweer beroerd van. Direct bekruipt me nog meer angst en aversie, ik ga dit niet volhouden. Ik wil niet, ik wil niet! Ik kan het niet overzien, maar moet toch.

Het voelt weer zoals toen, toen ik als tiener in de klas zat en de leraar het huiswerk op het bord schreef. Gaandeweg werd dan de agenda voller en voller… En constant waren mijn gedachten en gevoelens niet alleen bij het huiswerk voor morgen, maar ook bij dat proefwerk van overmorgen, dat werkstuk van over drie weken, die twee toetsen van volgende week vrijdag. Teveel, teveel, veel teveel! Ik wilde niet meer,  ik wilde echt niet meer. Ik was zo moe en kon het niet meer overzien. Maar ik moest door.

Ik moest.

Want tenslotte was huiswerk niet alleen iets wat in je agenda stond. Nee, de leraar of lerares had het opgegeven en dus moest het. Het moest gewoon. Een hoofdstukje overslaan om toch met dat vriendje erop uit te gaan? Nee natuurlijk niet, ik had mijn verplichtingen te doen. Ik begreep niet waarom dat vriendje daar zo makkelijk overheen kon stappen. Ik zou dat ook wel willen maar dat kon ik gewoonweg niet.

Voordeel van dat keiharde en lange studeren was dus een soort van overzicht  en controle in die moeilijke wereld waarvan ik juist achteraf gezien zo weinig begreep. Een wereld waarin ik de humor in de klas vaak niet kon volgen en juist dacht dat ze altijd om mij lachten. Mij uitlachten.

Nee, een slecht cijfer zou mij niet overkomen, ik zorgde er wel voor dat ik tenminste met mijn goede cijfers een soort van toppositie haalde in de klas. Wanneer er een proefwerk was wilden er ineens mensen in mijn buurt zitten die dat normaal zeker niet deden. Want echt populair was ik dus niet, ik was meer een Dikkertje Dab die altijd als laatste gekozen werd bij de gymlessen. Maar bij een proefwerk konden ze bij mij afkijken, dat gaf mij dan nog weer een goed gevoel, alsof ik toch van enige waarde was.

Maar dit keer, nu ik opnieuw in de klas zit, heb ik de boel niet onder controle en ik voel de angst opkomen voor dat wat er komen gaat, voor dat wat ik allemaal moet doen. Maar ik wil niet…

Ik draai me om en sla mijn ogen open en zie dat het donker is om mij heen. Een zucht van verlichting gaat er door mij heen, het was een droom. Eén van de regelmatige dromen die ik heb over de lastigere en verwarrende perioden in mijn leven, zoals school, militaire dienst en bepaalde banen.

Mijn ogen vallen weer dicht en ik slaap rustig verder.

Ik ben blij.

Als ik wakker word ben ik blij.

Blij met wat ik nu weet.
Blij dat ik nu begrijp waarom ik als kind, als tiener, ja tot voor kort eigenlijk, alles zo slecht kon overzien.

En waarom ik altijd tot het uiterste ging in datgene waar ik wel controle over had, studeren bijvoorbeeld.
En wat ben ik blij dat ik nu weet dat als er gelachen werd in de klas dat het meestal niet over mij ging, misschien wel bijna nooit.
Wat ben ik blij dat ik eindelijk weet wie ik ben.
Dat ik nu dus weet dat mijn brein autistisch is.

Nee, ik ben geen marionet.
Ik ben gewoon Edo.

 

Geen reacties

Leuk wanneer je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.