De hond

De hond

Pap, zullen we een hond nemen?

Het was iets waar we niet eerder aan gedacht hadden, een hond. Het eerste gevoel erbij was dat het waarschijnlijk zo’n bevlieging was die valt in de categorie goudvis – hamster – cavia -konijn- kat- pony. Dus in eerste instantie hebben we er niet zoveel aandacht aan besteed.

Maar het onderwerp bleef op de agenda van de dochters staan en heel regelmatig kreeg ik foto’s voorgeschoteld van super schattig ogende hondebeesten. En nadat diverse rassen voorbijgekomen waren bleef er één bovenaan staan in de top drie; een Golden Doodle. Mede door de aandacht die dit ras kreeg vanwege het programma ‘Boer zoekt vrouw’ waarin Yvonne deze mooie hond regelmatig meeneemt bij de boeren kwam deze bij ons in beeld.

Ook bij mij kreeg de gedachte aan een puppy die over de vloer dartelt steeds meer vorm. En daarnaast zou de hond dienst kunnen doen als zorghond voor de jongste dochter. Nu klinkt dat ernstiger dan dat het is; een zorghond. Maar de jongste dame (op moment van schrijven is ze 16) zat bij tijd en wijle niet lekker in haar vel (sinds ruim twee jaar weten we dat het autisme is). Een hond zou voor haar een prima maatje kunnen zijn om te knuffelen enzo. Met dat in het achterhoofd werd de beslissing genomen: we nemen een hond!

En ja, ikzelf was haast nog het meest enthousiast. Ik stelde me voor hoe er een lief, schattig, pluizig bolletje op vier poten door het huis huppelt. En dat schattige pluizige bolletje gaat dan lekker knuffelen, spelen en slapen. Tuurlijk heeft het beestje aandacht nodig maar dat komt goed, daar vinden we onze weg wel in. Leuk! Nu worden we echt een gezinnetje met huisje, boompje, beestje.

Ik telde de dagen af en zag er echt naar uit totdat we onze nieuwe huisgenoot konden ophalen. We waren enkele weken ervoor wezen kijken naar een nestje en er één uitgezocht waarvan we dachten dat deze het beste paste. Welke criteria we daarvoor gebruikten weet ik eigenlijk niet, het was meer een soort gevoel van dat wordt ‘m. Of eigenlijk dat wordt ze.

Eenmaal thuis was het fantastisch leuk. Het lieve, schattige, pluizige beestje rent inderdaad door het huis zoals ik me had voorgesteld. Echt geweldig. Maar gaandeweg de eerste dagen komt er een ander gevoel naar boven, met name bij mij. Ik begin te beseffen dat het meer is dan alleen maar leuk. De hond heeft veel meer aandacht nodig dan ik mij had voorgesteld. En hoe moet het overdag wanneer we allemaal weg zijn? En hoe zal het ’s nachts gaan? Een weekendje zomaar weg zit er niet meer in want waar moet ze dan naar toe? Zoveel vragen ineens…

Ik voel me depressief worden

Mijn avondprogramma wordt nu beheerst doordat ik minimaal twee keer met haar naar buiten moet, waarvan één grotere ronde. Het beestje blijkt errrrug druk en speels. Bij het uitlaten rent het alle kanten op, luisteren is er totaal niet bij.

Uitlaten is niet leuk.

De hond is niet leuk.

Niks is meer leuk.

Al na een paar dagen is de charme er voor mij totaal vanaf en word ik stapeldol van de hond. Of eigenlijk van mezelf. Op de derde dag ben ik ’s ochtends alleen met haar, ik ben speciaal thuis gebleven van mijn werk om voor haar te zorgen. En alles komt op me af; wat hebben we aangehaald, waar zijn we aan begonnen? Mijn hele leven is in de war, mijn hele schema is overhoop gehaald. Ik raak werkelijk in paniek en zie het gewoon niet meer zitten. Donkere wolken hebben zich samengepakt en een enorme huilbui stort zich uit over mij. hoe moet dit nu verder? Ik voel me echt wanhopig en weet niet wat te doen… Het beestje is veranderd in een BEEST dat mijn leven overhoop gegooid heeft. Ik ben de controle kwijt en mijn gedachten worden door elkaar gehusseld met tegenstrijdige gevoelens.

Ik begrijp er niets van, ik begrijp mezelf niet.

Weer ben ik mezelf kwijt. Alweer.

Ze zeggen dan dat het allemaal wel goed komt, dat een hond na een jaar of drie rustiger wordt. ‘Ze’ zijn dan o.a. collega’s, familie en de mensen die op forums schrijven over hun jonge hond. Drie jaar! Dat overleef ik niet. De hond eruit of ik eruit.

Vanaf dat moment laat ik dan ook regelmatig in het gezin vallen dat ik het BEEST eigenlijk weg wil hebben, maar dat maakt het alleen maar erger. Ik ben de enige die helemaal overhoop is geraakt van deze ingrijpende verandering. Ik voel me alleen en schuldig. Schuldig omdat ik in het gezin zoveel onrust teweeg breng. En schuldig naar het lieve, schattige, pluizige dier dat niet heeft gevraagd om bij ons terecht te komen.

Ik ga in die eerste periode ’s avonds veel wandelen.
Zonder hond.

De weken verstrijken en het BEEST is er nog steeds. Maar er gebeurt wel iets positiefs; langzaam maar zeker verandert het BEEST naar een beestje en verandert het beestje naar een hondje dat deel uitmaakt van ons gezin. Gaandeweg krijg ik toch de genegenheid voor haar zoals ik het me had voorgesteld en blijkt ze gewoon een lieve lobbes die erbij hoort. Al met al krijg ik het toch behoorlijk op een rijtje. Ik word weer mezelf.

Maar toch begreep ik niet waarom ik nu zo in een dip raakte, zo in paniek.
En ergens kwam het me ook wél bekend voor, waar had ik dat ook alweer eerder meegemaakt? O ja, bij al die andere veranderingen of bijna veranderingen met name op gebied van school en werk. Ook zo’n gebied waar ik diverse malen de controle totaal kwijt dacht te raken en in paniek raakte, ja zelfs depressief. De gevoelens waren exact hetzelfde, de oorzaak anders. In dit geval was de oorzaak de nieuwe puppy, in de andere gevallen een nieuwe school, militaire dienst, nieuwe baan.

Wat is er dan toch met me aan de hand dat ik op dit soort dingen zo reageer?
Het antwoord is gekomen als de puppy inmiddels uitgegroeid is tot een drieënhalf jarige hond en wanneer ik inmiddels in een stabiele werksituatie terecht gekomen ben.

Bevrijdend

Het is enorm bevrijdend dat ik dit sinds enkele weken eindelijk weet en begrijp.

Ja, ik heb autisme.

En een heel lief gezin.

En een hele lieve hond.

 

Geen reacties

Leuk als je een reactie geeft!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.