‘Denk aan jezelf’

Over mijn leven met autisme

‘Denk aan jezelf’

Vorige week landde er in de mailbox van mijn werk een berichtje. Dat is op zich niet vreemd, daar is het een mailbox voor. Maar deze keer was hij afkomstig van mijn leidinggevende: of ik binnenkort een gesprekje aan kan gaan over mijn uren.

Het verzoek kwam niet uit de lucht vallen, de uren die ik meer werk dan de standaard 36 uur per week stapelen zich namelijk op. In kantoortermen noemen ze dat een stuwmeer van verlofuren. En dat is niet wenselijk, zo’n stuwmeer. En aangezien ik elk jaar eigenlijk alleen al vakantie kan nemen van mijn extra uren en dan nog ruim over hou, dan snap je wel hoe de vlag erbij hangt. De vlag staat strak in de wind en daarop valt te lezen ‘verlofstuwmeer‘…

Vandaag dus dat gesprekje.

Of ik een idee heb wat ik eraan kan doen. Maar ik weet het echt niet. Ik weet niet wat voor mij de manier is om de balans in evenwicht te brengen. De balans tussen werk, privé, ontspanning, kerkenwerk. Al vele malen heb ik toegezegd om eerder naar huis te gaan wanneer het kan, om minder te werken. Maar het komt niet echt uit de verf.

Nee, ik wil mij niet op de borst kloppen van ‘kijk eens hoe hard ik werk’! Nee, het is het aloude, voor mij vertrouwde, maar vaak ook gehate gevoel van plichtsbesef. Gevoel van ‘ik mag pas rusten als het werk klaar is‘. Maar ook gevoel van ‘ik moet laten zien wat ik waard ben, laten zien dat ik iets waard ben.

Zo eindigde ik de vorige werkweek met een project wat niet geheel naar wens verliep. De werkzaamheden waren gepland om vrijdag afgerond te worden, het zou vast en zeker niet ingewikkeld worden. Nou, zo ging het dus niet. Het verliep totaal anders en we kregen het gewoonweg niet voor elkaar, die update.

Radertjes

En dan gaan ze bij mij dus werken, die radertjes in mijn hoofd. Ze gaan het hele weekend op volle kracht aan het draaien op zoek naar de oplossing, want het moet en zal opgelost worden. En het maakt niet uit wat ik verder doe in het weekend, er blijft altijd een soort donker wolkje bij mij hangen waarin het probleem zit. Dat wolkje overschaduwt deels de rest en ik kan het niet loslaten. Ik móet er gewoon mee aan de slag om het opgelost te krijgen. Deels vind ik het ook weer heel leuk en uitdagend om er dan weer mee aan de slag te gaan (ja, ook in het weekend), maar na verloop van tijd wordt het erg vervelend. Het lukt maar niet, maar ik moet en zal het oplossen. En dat is ook gelukt, uiteindelijk.

Mooi, ik ben trots op mezelf en besef dat ik weer wat geleerd heb. Maar tegelijk kostte me dit veel (bed)tijd en gaf het onrust. Eigenlijk wil ik dit niet meer op deze manier, maar de enige manier om de onrust in mij weg te krijgen is door het probleem op te lossen. En volgende week is er wel weer een nieuw probleem met nieuwe onrust. Tsja…

Welke prikkels heb ik nodig?

Gaandeweg het gesprek valt mij vooral de bezorgdheid op van mijn leidinggevende die aangeeft dat ik moet oppassen voor mijzelf. Omdat werkweken van gemiddeld 45 tot 50 uur niet structureel zouden moeten zijn. Nee, niet zozeer vanuit de organisatie, maar ter bescherming van mezelf.

Wat kan jou nu prikkelen om te zorgen dat je niet meer zoveel van jezelf vraagt?‘ wordt me voorgelegd. En ik probeer het antwoord te vinden maar dat lukt niet. Het enige dat ik kan bedenken wat zou helpen is dat iemand bijna elke dag tegen me zegt dat ‘het goed is, goed genoeg is‘. Maar dat is niet reëel natuurlijk, alsof ik aan het handje gehouden moet worden. Alsof ik elke dag een bevestiging moet hebben dat ik mag stoppen, dat het genoeg is. Dat ik goed genoeg ben.

Ik zou minder willen ‘moeten’.

Ik spreek uit dat het moeten, het niet kunnen loslaten misschien te maken heeft met mij autistische kantjes. Niet om me erachter te verschuilen, maar gewoon, als verklaring. Iets anders weet ik niet waarom dit een thema is dat mijn hele leven al parten speelt; het doorgaan tot het einde. Met vaak aan het einde de ‘beloning’ dat het werk klaar is, dat de cijfers goed zijn etc. Maar ook de vermoeidheid, de stress, de druk, dat alles komt er gratis bij. En vooral het opzien tegen het volgende moeten.

Bah, wat een gezeur weer van mezelf. Maar ik merk dat het gesprek bij mij binnen komt, het besef ontstaat dat het anders moet. En ook doet het veel met me dat mijn gesprekspartner echt het beste met mij voorheeft. Zou ze wel beseffen hoe veel dit voor mij betekent, deze oprechte belangstelling en bezorgdheid? Hoe waardevol zo’n eigenschap is?

Het raakt me ineens allemaal en ik word erdoor verward. Hoe nu verder, wat te doen?

Egoïstisch of zorgen voor mezelf?

Ik neem me voor om zaken makkelijker los te laten, dat niet alles maar ‘moet’ en dat ik ook aan mijzelf en mijn gezin mag denken. En ik weet wel, dat is niet direct egoïstisch, al voelt dat vaak anders.

Ik ga mijn best doen.

Opnieuw neem ik het me voor…

De tijd zal het leren.




 

Geen reacties

Leuk wanneer je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.