De verjaardag

Over mijn leven met autisme

De verjaardag

‘We gaan een beetje vroeg en dan kunnen we ook op tijd weer naar huis’. Zo gezegd, zo gedaan. Iets over half acht vertrekken we deze zondagavond naar het feestje.

Als we de straat inrijden valt het me op dat er maar weinig parkeerplekken meer over zijn. ‘Nee hè‘ zeg ik, ‘daar heb je het al. Het hele hok zit al vol visite‘. In gedachten zie ik iedereen al voor me, druk pratend en lachend met elkaar. En dan komen wij de kamer binnen en banen ons een weg tussen de stoelen door, op zoek naar de jarige. Omdat ik dat al zo vaak heb meegemaakt voel ik al op voorhand hoe dat is; aangekeken te worden door de visite, niet wetend waar ik zelf moet kijken, zoekend naar het feestvarken. Waar moet ik gaan zitten? Is er nog plek? Wie moet ik een hand geven, allemaal? Niemand? Ik heb maar een fractie van een seconde nodig voor al deze gedachten. En ze beloven me weinig goeds.

Eigenlijk zag ik dit keer niet heel erg op tegen de verjaardag. Nee, ik had er geen zin in, dat niet. Maar ik had mijn dag er niet door laten verpesten. Tenminste, dat dácht ik. Achteraf gezien was ik al wel het hele weekend behoorlijk down en lusteloos. Misschien zat de verjaardag me onbewust al meer dwars dan ik besefte.

We staan voor de deur en bellen aan. Ik zucht een paar keer diep alsof ik daarmee extra moed opzuig. De deur gaat open en mijn masker gaat op. ‘Hallo, kom binnen!

Tot mijn verbazing is de kamer nog bijna leeg, we zijn dus toch vroeg. Er is dan ook ruimte genoeg en ik neem een strategisch plekje in op de bank. Ik zit normaal gesproken nooit in deze hoek van de kamer, het voelt ongemakkelijk. Door de weinige visite word ik min of meer gedwongen om meer te praten dan normaal, om actief mee te doen. Het maakt dus al weinig uit of er bij binnenkomst veel of weining mensen zijn, het blijft hoe dan ook ingewikkeld.

De al aanwezig gasten zijn verbaal krachtig en deze mensen zijn voor mij lastig te peilen of ze nou serieus zijn, grappig of juist cynisch.

Ik begrijp tegenwoordig steeds meer die vraag die ik kreeg bij mijn diagnose: “Ben je achterdochtig, wantrouw je andere mensen?” Vreemde vraag vond ik het toen.

Naïef

Ik? Achterdochtig? Nee hoor, ik vertrouw mensen vaak heel snel, ik ben juist nogal naïef. Ik vertrouw anderen totdat het tegendeel bewezen is.’ Dat was hoe ik over mijzelf dacht. Maar ik besef steeds meer dat ik toch iets anders in elkaar zit namelijk dat ik anderen wel degelijk wantrouw! Want ik weet vaak niet wat er bedoeld wordt, of iets grappig bedoeld is of serieus. Hoe moet ik reageren, wat moet ik doen? Menen ze echt wat ze zeggen of nemen ze mij in de maling, proberen ze mij in een hoekje te drukken, in verlegenheid te brengen?

Dus eigenlijk vertrouw ik mensen helemaal niet direct, eigenlijk wantrouw ik ze. Dus toch. Gesprekken, sociale activiteiten zijn daardoor vaak zo vermoeiend. Ik weet weer waarom verjaardagen niet op mijn lijstje staan met favoriete bezigheden.

Na verloop van tijd loopt de kamer vol en verhuizen we naar het plekje waar ik altijd zit. Aan een grote vierkante tafel. Nu heb ik tenminste iets voor me en kan ik makkelijker een houding aannemen. En een beetje spelen met de telefoon die voor me ligt. Niet óp de telefoon maar mét; rondjes draaien op de tafel, sluiting open dicht. En dan maar weer een chipje pakken.

Langzaam

Inmiddels is het acht uur.

Ik probeer de gesprekken te volgen maar het lukt niet echt. Meestal weet ik niet waar het over gaat en kan ik niet echt meedoen. Ik hoor flarden van alle gesprekken om me heen maar niets raakt me echt. Of ik begrijp het gewoon niet, of ik versta het niet. Mijn gedachten dwalen af.

Vijf over acht.
Er zijn nog maar vijf minuten voorbij.

Tien over acht.
Hoe hou ik dit vol?

Tot half negen zie ik elke vijf minuten op de klok.
De klok gaat zo ontzettend langzaam…
Terwijl de spanning snel oploopt.
Zucht.

Wat een feest

Om kwart voor negen komt het eerste glaasje wijn. Nu kan ik langzaamaan wat ontspannen en laat ik het over me heen komen. Af en toe doe ik mee in een gesprekje, haak ik in op een onderwerp of vraag ik mijn buurmannen iets. Maar al snel is mijn kruit weer verschoten. Hoewel de wijn me wel rustiger maakt ben ik blij wanneer we om kwart over tien de aftocht blazen.

Nou, hartelijk bedankt maar weer hoor!

De deur gaat achter ons dicht.

Het masker kan weer af.

Zo maar een verjaardag. Wat een feest.

 

Geen reacties

Leuk wanneer je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.