De supermarkt

Autisme in de supermarkt kan best lastig zijn

De supermarkt

“Wil jij straks nog even een paar boodschappen doen?” vraagt mijn vrouw.
Ach ja, waarom ook niet. Ik moet toch onze dochter nog naar het station brengen, dus dan kan ik ook prima even naar de supermarkt die daar vlakbij is.

“Er staan ook nog twee kratten met flessen om in te leveren, wil je die ook meenemen?”

Oeps.

Daar had ik niet op gerekend.
Kijk, die paar boodschappen, die zoek ik vast wel bij elkaar.
Maar flessen inleveren?

Waar? Hoe? En wat als ik het niet snap?

Je begrijpt, ik heb dit nog niet zo vaak gedaan. Zeker niet met die losse glazen bierflesjes. Maar kom op, ik ga niet piepen, ik kan het. En tegelijk begint er een klein kriebeltje in mijn buik wakker te worden.

Gewapend met het boodschappenbriefje in de broekzak en de kratten in de kofferbak toer ik naar het station. Onderweg praten mijn dochter en ik wat, maar tegelijk gaan mijn gedachten naar die flessen. Hoe moet dat straks nou toch, hoe ga ik dat doen?

Het kriebeltje in mijn buik wordt groter.

Het apparaat

Ok, dochterlief is overgelaten aan de zorgen van de Nederlandse Spoorwegen. Nu op naar de supermarkt. Op naar die grote, boze, flessen-inzamel-apparaat-machine.

Even later sta ik oog in oog met het DING, dat op de één of andere manier mijn flessen zal inslikken en mij een bonnetje ervoor terug zal geven. Als het goed is.

Grote kriebels nu.

Ik begin met de plastic flessen, één, twee…
Hé, dat werkt! De flessen verdwijnen op mysterieuze wijze via de lopende band naar ‘ergens’. De machine slikt ze allemaal in en mijn karretje wordt al aardig leger.

Maar mijn hoofd wordt voller, want ik ben er nog niet. Het ergste komt nog.
Schichtig kijk ik achter me om te zien of er ondertussen mensen staan te wachten die me lachend opnemen en ongeduldig worden. Gelukkig, ik ben nog alleen. Niemand ziet mij stuntelen. Ik, 48-jarige man, ICT-er, die stuntelt met een statiegeld-machine.

Dan verder met de losse bierflesjes, dit is dus helemaal nieuw voor me.
Maar, gaat dat wel goed? Vallen die niet stuk achter de band? Nou, hup, gewoon doen en we zien het wel. En wel verdraaid, ook dit gaat goed! Ik begin het zelfs nog leuk te vinden. Nu alleen het kratje nog en ook dat lukt. Opluchting alom.

Ok, deel één van de supermarkt-uitdaging is gelukt.

Deel twee

Nu moet ik op zoek naar de boodschappen, uitdaging nummer twee. In een nogal drukke winkel probeer ik mijn karretje tussen de andere door te laveren. Tegelijk moet ik op zoek naar de juiste producten. Zonder enkels van anderen te raken, of flessen uit het schap te duwen.

Wat een gedoe toch.

En in mijn hoofd gaat het langzaamaan steeds iets minder soepel. Ik moet alles in de gaten houden; mensen, karretjes, schappen, paden, ik mag niet in de weg staan, ik moet producten zoeken, ik mag er niet dom uitzien. Het ruikt naar van alles en nog wat, veel lawaai, kleuren, producten. En waarom staan anderen wel bij míj in de weg? Kunnen ze niet opletten? Aaarghh!

Zoekplaatje

Ik moet bami hebben. Want dat staat op het lijstje.
Bami. Zal vast bij de pasta’s liggen. Maar, wat is dat ook alweer, bami? Het nadenken gaat steeds minder makkelijk. Maar ik weet toch wel wat bami is? Het duurt een poosje voordat vaag het beeld van bami in mij op komt: dat zijn toch van die smalle slierten, iets dikker dan spaghetti, of niet? Ik zie van alles liggen: macaroni, spaghetti, penne, fusilli, tagliatelle. Veel exotische namen. Maar geen ouderwetse bami. Koortsachtig glijden mijn ogen nog maar eens langs het schap met pasta’s. En nog maar eens. Maar mijn hersenen nemen de info niet makkelijk meer op.

Ik zie het niet. Denk ik.
Geen bami.
Maak een keuze!” Hoor ik van binnen.

Ik pak een zak tagliatelle uit het schap, dat lijkt er geloof ik nog het meeste op. Tjemig, wat een gedoe. Stomme pasta. Stomme drukke winkel met veel soorten. Stomme ik.

En verder gaat het, door de drukke winkel. Met mensen die alle kanten op lopen. Met paden die alle kanten op gaan. Met schappen die allemaal weer iets anders hebben behalve wat ik zoek. Mijn ademhaling gaat sneller en zit meer bovenin, een signaal dat het ‘iets’ te druk is.

Maar goed, de anderen kunnen het ook, dus ik ook.

Mijn missie

Zodra ik voor de derde keer hetzelfde pad in ga zie ik daar ineens een bekend gezicht. Dat van iemand die ik nu echt even niet wil spreken. Maar dan ook echt niet! Ik ben nu op een boodschappen-missie en ik wil niet praten. Ik wil liever nooit praten bij spontane ontmoetingen (want: waarover en waarom?), maar nu helemaal niet. Ik doe alsof ik haar niet zie en alsof ik intens naar het schap tuur. “Hopelijk herkent ze me niet“, denk ik. “Want toen ik haar voor het laatst heb gezien had ik nog geen baardje”.

Ik vlucht een ander pad in.

Maar alsof ze het doorheeft staat ze daar ook weer ineens! Grrrrr…. Ik wil niet meer!

Hatsikidee, nog verder terug de winkel in dan maar. Want ik moet zorgen dat ik achter haar kom, niet vóór haar. Erachter heb ik de meeste kans dat ze mij niet ziet. Ik wil haar gewoon niet spreken. Desnoods ga ik naar de uitgang, ik wil echt niet.

Na een poosje ga ik voorzichtig weer de winkel door van achteren naar voren met mijn gevulde karretje, waarbij ik als een spion om de schappen heen kijk. Gelukkig, ze is weg.

Eindelijk zie ik nu ook de toastjes liggen. Maar, welk soort van de ongeveer vijfentwintig? Ik neem gewoon twee verschillende, dan zal er vast iets goeds tussen zitten.

Het lijstje is nu compleet. Het ouderwetse papieren lijstje.

Ik schaam me bijna, want om me heen zie ik geen papieren briefjes meer. Alleen maar mensen die op hun mobiel turen naar het digitale lijstje. Welja, die gedachte kan er ook nog wel even bij.

Allememachies, wat een toestand. Even een paar boodschappen doen.

Kassa

Ik ben blij wanneer ik de finish in zicht heb en pak de eerstvolgende vrije kassa. Nou, nu nog even de producten op de band en klaar.

Maar ineens draaien de radertjes in mijn hoofd weer op volle toeren. Want plotseling vraag ik me af hoe ik ook alweer het karretje bij de kassa neer moet zetten. Alsof ik nog nooit bij de supermarkt ben geweest.

Hoe ga ik dit doen? Eerst het karretje en dan ik erachter? Maar dan is het net of ik de producten onbetaald door de kassa wil rijden. Of moet ik toch eerst zelf en dan de kar? En hoe dan? Met het handvat naar me toe of andersom? Ik weet het echt even niet meer.

Maar voor ik het door heb sta ik al bij de kassa en wel totaal precies zoals ik het niet wilde. Namelijk eerst het karretje en dan ik. En dan ook nog met het handvat naar mij toe. Onhandig haal ik nu de boodschappen eruit waarbij ik mijn best moet doen om over de hoge rand heen te komen vanuit het karretje naar de band. Dit alles pal naast de kassière. Ik hoop maar dat ze me niet dom vindt.

Bijna, ik ben er bijna.

Bij het pakken van mijn bankpasje valt door de onhandigheid ook nog eens mijn rijbewijs op de grond. Zou ze zien dat het van de spanning komt? Zo rustig mogelijk probeer ik het te pakken en weer op te bergen.

Wilt u een bonnetje mee?” vraagt ze vriendelijk?
Ja, doe maar“, antwoord ik. Dan kan ik thuis verslag doen van wat ik ingeslagen heb, is mijn gedachte. Maar in mijn achterhoofd weet ik tegelijk dat we er toch niets mee doen, dat bonnetje.

Mission completed

Tjemig.
Met een krat vol boodschappen en een hoofd vol botsende gedachten rij ik naar huis.

Mission completed” denk ik.
De kriebels zijn gelukkig wel weg uit mijn buik.

Hoewel?
Wat zou mijn vrouw ervan zeggen dat ik niet alles precies zoals op het lijstje heb meegebracht?
Weer kriebels.

Onterecht, die kriebels.
Ze is vergevingsgezind.

Zo, de boodschappen staan op hun plek.
Mijn gedachten nog niet helemaal.

Maar ik weet tenminste wel hoe ik flessen moet inleveren.

En dan nu:
Even helemaal niets meer…

Pfffff…….

 

Geen reacties

Leuk wanneer je een reactie geeft!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.