Regeltjes. En ik.

Regeltjes. En ik.

Regeltjes en Edo. Die twee gaan over het algemeen goed samen.
Ze zijn er niet voor niets; die regeltjes. Ze zijn gemaakt om alles ordelijk en goed te laten verlopen. Ze bestaan zodat iedereen weet hoe in bepaalde situaties te handelen om daarmee gedoe en ongelukken te voorkomen.

Regels helpen mij, ze geven me houvast en duidelijkheid. Dat geldt voor het verkeer, maar ook voor sociale omgangsvormen, de regels op het werk en ga zo maar door. Maar dan moet wel iedereen zich eraan houden anders slaat de verwarring toe. 

Maar met name de verkeersregels geven mij nogal eens de kriebels. En dan niet de regels zelf, maar juist het niet opvolgen ervan door de weggebruikers om mij heen. Nee, ik doe alles natuurlijk goed (kuch). Maar hoe kort of lang mijn verblijf op de openbare weg ook is, er is altijd wel iemand die mij weer laat mopperen omdat de regels niet goed worden opgevolgd.

Foei!

Zo liep ik onlangs op een mooie zonnige middag door de gezellige winkelstraat in het naburige dorpje. Het was er behoorlijk druk zoals bijna altijd, iedereen genoot van het mooie weer en er werd geflaneerd door de straat alsof het de boulevard in Palma de Mallorca was.

Fietsen is absoluut verboden in deze winkelstraat; iets wat met de borden en paaltjes aan de ingangen duidelijk gemaakt wordt. En dan toch, telkens weer, menen diverse gasten dat zij hun stalen ros tussen het wandelende publiek door moeten manoeuvreren. 

Nadat er al twee fietsende onverlaten gepasseerd waren, was ik inmiddels behoorlijk geprikkeld. Met de ogen die blijkbaar in mijn achterhoofd zitten zag ik er achter mij weer één aankomen. “Die is voor mij.” Telkens als de fietser een zijwaartse beweging maakt om langs mij te gaan, maak ik dezelfde beweging vóór de fietser. Na een paar keer laat ik haar voorbijgaan nadat ik de ergernis in haar ogen had gezien.

Je mag hier niet fietsen hè!” zeg ik tegen haar. Nu zal ze wel afstappen want dit is toch niet mis wat ik hier even doe.
Held. 
Zo, dat lucht op. Of niet eigenlijk.

“Oké”, is haar reactie.
En ze fietst rustig verder de hele winkelstraat door.

Aaarghhh… Waarom? Waarom doe je het niet zoals het hoort? Bah.

Let nou eens op!

Al fietsend op de weg terug naar huis, gewoon op het fietspad dus daar waar het mag, mijmer ik nog na over het gedrag dat veel mensen laten zien door zich niet aan de regels te houden. En dat ik me er vervolgens groen en geel aan erger. Ik kom bij een rotonde waar ik als fietser geen voorrang heb, deze rotonde is zo’n uitzondering op de regel die het lastig maakt om nog te snappen hoe het zit. Maar ik snap het wel. En dus wacht ik netjes om de auto die afslaat voorrang te geven.

De automobiliste snapt het niet en remt af om mij voor te laten. Goedbedoeld. Met een handbeweging geef ik aan dat ze door mag rijden. De daaropvolgende auto doet vervolgens precies hetzelfde; ook die wacht op mij. Maar hallo! Ik heb geen voorrang! Leer dat nou eens. Ook deze laat ik doorgaan en we zwaaien gemoedelijk naar elkaar. Dat wel. Zo kan het dus ook.

Opstandig

Maar met het klimmen van de jaren lijkt het wel of de ergernissen rondom het niet volgen van regeltjes steeds meer vat op mij krijgen. Meer en meer word ik erdoor geraakt en ik word er ook opstandiger door. Vanmiddag was het weer zover in hetzelfde, naburige, gezellige dorpje.

Mijn vrouw en ik lopen op het voetpad langs een (andere) straat richting een winkel. We steken een zijweg over en tegelijk komt uit de tegenovergestelde richting een auto die -voor hem rechtsaf- deze weg inslaat. ‘Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor’, zegt de regel. Wij hebben voorrang en dat kan ook prima want de jonge, stoere mannelijke bestuurder kan mij makkelijk zien en op tijd stoppen. Maar hij stopt niet en ik moet oppassen voor mijn onderste ledematen. Ik zwaai met mijn armen als teken van ‘wat doe je nou?‘ maar krijg geen reactie, hij rijdt door. Mij negerend. En dat werkt bij mij als een rode lap op een stier.

En dan doe ik iets wat tegen mijn eigen regels, tegen de fatsoenregels of eigenlijk tegen alle regels ingaat. Ik kan de passerende auto nog nét bewust raken met mijn tas waarin enkele, zojuist gekochte, plastic potjes haargel zitten. 

Boink!

Zo, nu weten ze tenminste dat ze in het vervolg beter op moeten letten!

Maar ineens gaat het in een stroomversnelling, of is het slow-motion? Dat weet ik niet meer. Maar de auto stopt. Twee deuren zwaaien open en een gelijk aantal jonge kerels stappen uit en op mij af. ‘Het wordt er niet gezelliger op‘ voel ik aankomen.

Dat doen we dus niet!!!” zegt de meest potige van twee tegen mij terwijl hij gevaarlijk dicht in mijn persoonlijke ruimte is gekomen. Op een typisch alfa-mannetje-achtige manier probeert hij mij te imponeren met zijn niet geringe postuur. Maar ik laat me niet imponeren; niet in zo’n geval.

Zo vriendelijk als het destijds bij de rotonde ging, zo boos gaat het hier toe. Ik maak ze duidelijk dat wij bijna door hen aangereden waren. “Dan had je moeten stoppen!” schreeuwt hij tegen mij. De omgekeerde wereld dus.
Dan ken jij de verkeersregels nog niet! ” roep ik naar hem. Pfff… wat een gedoe.

In het midden van het tumult zie ik om me heen diverse toeschouwers genieten van het tafereel. En ook bemerk ik nu dat mijn vrouw op niet al te zachte toon probeert om mij weg te krijgen hiervan. Hoewel ik haar in de verte wel hoor is er geen vezel in mij die erop reageert, mijn focus ligt totaal op de twee jonge alfa-mannetjes voor mij. Ik wil mijn gezicht niet verliezen, maar vind ook dat ‘ze’ niet altijd zomaar menen weg te kunnen komen met het niet volgen van de regels. Wegkomen met het niet tonen van respect voor de medemens, want dat is het ook wat me dwarszit.

Als kat en hond

Bij dit alles valt het me op dat een hond erg lijkt op zijn baas. Wanneer onze viervoeter namelijk een kat ziet dan is haar focus vanaf dat moment totaal op dat andere beest gericht. Ik kan dan roepen wat ik wil, maar het is dan alsof er een knopje is omgegaan in het hoofd van de hond; ik krijg geen respons. Pas na een aantal keren heel hard aan de riem trekken keert het dier weer terug in het hier en nu.

Nee, dan ik. Alsof er een knopje is omgegaan in mijn hoofd; mijn vrouw kan roepen wat ze wil maar krijgt geen respons. Als kat en hond staan de twee jonge mannen en ik tegenover elkaar, met hoge ruggen, de schouders zo breed mogelijk en blaffend en blazend.
Mijn vrouw moet me behoorlijk stevig aan mijn arm trekken om mij weer in het hier en nu te krijgen.
Blijkbaar lijk ik op de hond.

Heel ruiterlijk bied ik nog aan om mijn telefoonnummer te geven zodat ze ingeval van schade mij kunnen bereiken. Daarmee hou ik een soort van de eer alsnog aan mezelf. De bestuurder geeft met een gebaar aan van ‘laat maar zitten’. Niemand heeft gewonnen en beide partijen vervolgen hun weg. Mijn vrouw en ik nog lang na natrillend op onze benen. Het had ook anders af kunnen lopen.

Stom

Stom gedoe.
Stomme regels.
Stomme ik. Moraalridder. Brave Hendrik. 

Sorry jongens, waarschijnlijk zijn jullie gewoon hele aardige, leuke kerels. Maar waren we allemaal op het verkeerde moment op de verkeerde plek. En zat ik in de verkeerde regel-bui. 

Zoals altijd blijft het gebeuren lang bij me hangen, al doe ik nonchalant tegen mijn vrouw alsof ik het alweer vergeten ben…

Wat heb je hiervan geleerd?

Ik heb me ooit eens voorgenomen om uit vervelende situaties iets goeds te halen, om er iets van te leren.
Zo ook in dit geval. Volgens mij heb ik vandaag twee dingen geleerd:

nr1:  Misschien zou ik een ietsiepietsie minder strak met regeltjes moeten omgaan…

nr2:  Ik lijk op onze hond.


Hierbij een link naar een discussie op een Engels forumover autisme en regels:

‘Waarom hechten autisten zo aan regels?’

Tot slot een mooie quote om iets minder strak met regeltjes om te gaan:

“If you obey all the rules you’ll miss all the fun”

Katharine Hepburn

 

 

Geen reacties

Leuk als je een reactie geeft!